Nieuws

KVC Westerlo steunt onze mascotte Jonathan op Zuidreis

Onze Kemphaan Jonathan Wuyts vertrok enkele weken geleden samen met Fracarita Belgium op Zuidreis. Dit is een Afrikaans ontwikkelingsproject waarbij kennis wordt gemaakt met lokale ‘goede doel’ initiatieven in onder andere Rwanda en Congo. KVC Westerlo schonk materiaal voor een voetbalclub in Afrika. Vanaf heden speelt er dan ook een school in Bukavu in geel-blauw. We zijn trots op onze mascotte!

Jonathan legde ons bij zijn terugkeer even zijn verhaal uit. Lees hier hoe hij deze ervaring heeft beleefd.

‘Ik heb voor mijn reis aan diverse voetbalclubs materiele steun gevraagd. KVC Westerlo is zo een club die deze steun verzekerde door wedstrijdoutfits mee te geven op mijn reis door Rwanda en Congo. Bij het bezoek aan Bukavu in Congo, bezochten we de technische middelbare school, ITFM. In deze school hebben de jongeren les van 08.00u tot 18.00u. De lessen lopen tot 14.00u en de overige vier uur hebben de jongeren om te studeren. Dit is voor hen een beschermende maatregel omdat dit thuis niet mogelijk is. In de praktijk gebruiken de jongeren deze tijd inderdaad om te studeren of om te voetballen. Tegenover de school zagen we een zanderige wei waarop er bijna elke seconde van de dag gevoetbald werd. Het was duidelijk dat voetbal heel erg leefde in deze school. Na een rondleiding bleek dat deze school zelf regelmatig verschillende schooltoernooien organiseerde. Er waren binnen de school verschillende voetbalploegjes die het tegen elkaar opnamen. Dit leek mij een ideale plaats om zo’n schoolploeg te voorzien van een nieuwe outfit. Vanaf heden speelt er dan ook een ploeg in deze school in de outfit van KVC Westerlo. Het was een schitterende ervaring om de jongeren zo blij te kunnen maken en mee te kunnen werken aan hun individuele projecten.

We bezochten drie dagen later de psychiatrische instelling HNP Caraes in Butare, Rwanda. Hier heeft Victor Swerts, de hoofdsponsor van KVC Westerlo zijn schouders gezet onder de nieuwbouw van dit project. Na een nieuwe rondleiding bleek hier alles vrij goed uitgebouwd en netjes te zijn maar naarmate de rondleiding vorderde bleken de middelen ook daar eerder beperkt te zijn. Sedert kort worden de patiënten in crisis en de meer stabiele van elkaar gescheiden. Toch zitten ze met velen in een kleine open ruimte met slechts twee verplegers voor een zestig tal patiënten. Ook zitten ze boven de capaciteit van het aantal beschikbare bedden. Het verhaal van een patiënt is grappig en schrijnend tegelijkertijd. Universeel, maar anders in aanpak.’